Gids voor longboarden
Wil je weten wat het betekent als een longboarder enthousiast is omdat zijn slides “boterig” of “ijsachtig” aanvoelen? In deze gids leggen we de belangrijkste longboardtermen uit. Zo praat je mee – en kies je beter je setup. Je kunt gericht onderwerpen opzoeken of gewoon woorden naslaan die je nog niet kent.
Longboarden is de laatste jaren sterk gegroeid: voor mannen en vrouwen, volwassenen en kinderen. Iedereen kan plezier hebben op deze grotere boards – kies wel een board dat past bij de stijl die jij wilt rijden. Hieronder krijg je een helder beeld van de longboardwereld. Bekijk al onze complete longboards – online en in de winkel.
Hoe begin ik met longboarden?
De makkelijkste start is een compleet longboard: rijklaar zodra je het uitpakt. Je kunt ook losse onderdelen kopen en zelf bouwen – bijvoorbeeld alleen een deck, en daarna trucks, wielen en lagers monteren. Draag altijd bescherming. Het absolute minimum is een helm; knie-, elleboog- en pols-/handbescherming raden we sterk aan.Iedereen heeft een voorkeursbeen. Bij longboarden en skateboarden heet het regular als je linkervoet voor staat, en goofy als je rechtervoet voor staat. Rij je met je “verkeerde” voet voor, dan noem je dat switch.
1.1 Rijstijlen
Er zijn veel longboardstijlen. Om de rest van de gids te volgen, ken je deze basisbegrippen:
Pushen is de afzetbeweging met je been om snelheid te maken of te houden.
Pompen zijn snelle, herhaalde kleine bochten waarmee je voortstuwing krijgt zonder te pushen.
Sliden is een manoeuvre waarbij je het board zijwaarts laat glijden – vaak door een scherpe stuurinzet waardoor de wielen grip verliezen. Heb je dat onder controle, dan zit je op freeride-niveau. Om te oefenen heb je wat snelheid nodig. Sliden is de basis van freeriden.
Hieronder de rijstijlen. Bepaal eerst welke stijl jij waarschijnlijk gaat rijden – dát bepaalt welk board je moet kiezen, nog vóór je eerste aankoop.
Carven: grote of scherpe bochten, vergelijkbaar met snowboarden (en deels surfen). Met herhaalde bochten bergaf kun je snelheid controleren – alsof je je snowboardkanten inzet.Slalom is heen en weer tussen kegels in een lijn: veel kleine bochten om het parcours te voltooien. Deze boards zijn vaak korter dan reguliere longboards.
2. Korte anatomie van een compleet longboard
Naast het deck bestaat een compleet longboard uit drie hoofdonderdelen: wielen, trucks en kogellagers. Bij onze completes zijn die onderdelen gekozen zodat het board past bij de discipline waarvoor het bedoeld is.2.1 Onderdelen van een longboard / DECK
Een longboard deck is van hout. Ply/plies geeft aan uit hoeveel lagen esdoorn, bamboe en/of glasvezel-fineer het bestaat. De lijm tussen de lagen heet laminering. Het platform is het gebied waar je voeten staan.De totale lengte wordt vaak overschat. In de praktijk bepaalt vooral de afstand tussen de wielen (wheelbase) hoe het board stuurt – niet alleen de totale lengte. Toch is dit een handige richtlijn:
onder 70 cm (<20”) – transport en cruisen
70–95 cm (28”–38”) – carven en freestyle
95–107 cm (38”–42”) – freeride, carven, downhill en sliden
meer dan 107 cm (>42”) – cruisen, downhill en sliden
Flex is fijn bij lage snelheid: meer comfort en speels gevoel. Bij hoge snelheid kan te veel flex juist gevaarlijk zijn – het vermindert stabiliteit en kan bijdragen aan speed wobbles. Vermijd die!
2.2 Onderdelen van een longboard / DECKVORMEN
Een directional board is asymmetrisch: vaak voor hoge snelheid en races, zonder veel switch te rijden. Een symmetrisch board heet meestal twintip: vergelijkbare neus en staart, ideaal om switch te leren.Kicktails zijn omhoogstaande uiteinden (nose/tail). Daarmee kun je poppen, freestyle tricks doen, manuals enzovoort.
Uitsparingen (cutouts): vaak op twintips. Materiaal is weggesneden om wheelbite te voorkomen bij scherpe bochten – zo kun je grotere wielen combineren met een lager platform.
Wielkasten (wheel wells): uitsparingen aan de onderkant van het deck, boven de wielen, voor extra clearance bij het sturen.
Gas pedals: afgeschuinde randen langs het deck. Zo kun je beter druk zetten op de rail – meer grip bij het inzetten van een slide.
Het profiel zie je vanaf de zijkant:
Camber: vooral bij flexboards. Het deck buigt licht omhoog (omgekeerde U). Dat helpt voorkomen dat het board “bottomt” (het midden de grond raakt).
Rocker: het midden buigt licht omlaag (U-vorm). Vaak comfortabeler stance en richtingsgevoel – populair voor freeride.
Drop-down platform: topmount waarbij het platform lager zit dan de truck mounts. Lager zwaartepunt = meer stabiliteit en comfortabeler pushen.
Wedge: ook lager in het midden, maar trucks op de gebogen nose/tail. Erg responsief – sterk voor cruisen en vooral carven (soms ook freeride).
W-concave: extra longitudinale richel in het midden → W-vorm. Populair bij downhill en freeride voor meer voetgevoel.
3D-concave: extra concave rond de wielkasten – meer materiaal om tegen te drukken bij slides. Goed voor downhill en freeride.
3. De truck
De truck verbindt wielen en deck en zorgt voor sturen. Hieronder de onderdelen en termen.3.1 Onderdelen van een longboard / TRUCKS
Korte anatomie van de truck (zie ook de afbeelding): Baseplate (grondplaat): het deel dat op het deck wordt gemonteerd, met gaten die overeenkomen met het deck.Hanger: bevat de as en zit in de baseplate.
As: loopt door de hanger; hierop zitten de wielen.
Kingpin: de bout door baseplate en hanger – het scharnierpunt van de truck. De kingpin-moer stelt de spanning op de bushings af.
Bushing seat: de holte in de hanger waar de bushings in zitten.
Pivot cup: het cupje in de baseplate waarin de hanger draait.
Speedringen: dunne ringen zodat je wielen kunt aandraaien zonder de lagers te beschadigen.
Omgekeerde kingpin (RKP): de longboardstandaard. De kingpin staat schuiner en wijst van het midden af. Grotere draaicirkel, maar duidelijk meer stabiliteit.
Truckhoek (graden): hoek tussen kingpin en baseplate. Meer graden = kleinere draaicirkel. Minder graden = grotere draaicirkel en meer stabiliteit.
Losse trucks: makkelijk sturen (of te slap afgesteld).
Strakke trucks: bij slechte trucks soms “te strak”, maar in pro-longboarden betekent het: minimaal afgesteld voor maximale stabiliteit.
Rake: asymmetrie van de hanger; soms omkeerbaar voor een andere effectieve hoek.
Veren: sommige trucks hebben veren – vaak voor een meer “surfachtig” gevoel.
3.2 Onderdelen van een longboard / TRUCKMONTAGE
Top mount: trucks zoals op een skateboard: baseplate onder het deck, hardware van boven. Meeste “leverage”/grip – vaak voor downhill.Drop-through: uitsparingen zodat de baseplate van boven gemonteerd wordt en de hanger eronder hangt – de truck “valt door” het deck. Lager zwaartepunt, meer stabiliteit.
Double-drop: verlaagd platform + drop-through. Erg laag – populair bij LDP.
3.3 Onderdelen van een longboard / BUSHINGS
Bushings zijn van urethaan. Hardheid wordt in durometer gemeten. Vorm beïnvloedt hoe de truck stuurt.De klassieke setup: een kortere cone bovenop de hanger en een hogere barrel eronder.
Barrel bushings: beperken beweging, meer stabiliteit – vaak downhill.
Stepped barrel: nog stabieler voor downhill; herkenbaar aan de “opgetreden” vorm met meer materiaal in het midden. Kan dieper in de bushing seat vallen.
Cones: beperken minder – fijn voor carven en cruisen.
4. Wielen en kogellagers
Moderne longboardwielen zijn van urethaan. Zeer goedkope boards hebben soms PVC. Hardheid wordt gemeten op de durometerschaal (A, B, D). Longboardwielen staan bijna altijd op de A-schaal, vaak rond 78A–84A.4.1 Onderdelen van een longboard / CONTACTPATCH
De contactpatch is het deel van het wiel dat constant contact maakt met het asfalt – dat is niet hetzelfde als de totale wielbreedte.Soms is de patch stoneground: licht “voorgesleten” door de fabriek, zodat slides vanaf dag één makkelijker gaan.
Coning: bij veel sliden slijt de binnenzijde sneller; het wiel wordt kegelvormig.
Flatspots: platte plekken door slides waarbij het wiel stopt met draaien (vaak bij >90°). Flatspots wil je vermijden.
4.2 Onderdelen van een longboard / WIELRAND
De rand van het wiel (lip/edge) bepaalt grip vs. slide:Harde/vierkante rand: scherp en hoekig – maximale grip, sterk voor downhill en hoge snelheid.
Afgeronde rand: minder grip, makkelijker sliden – ideaal voor freeride.
Bevel/afschuining: rand is recht afgesneden i.p.v. rond. Helpt bij slides, maar behoudt langer een bruikbare lip bij slijtage.
4.3 Onderdelen van een longboard / KERNPOSITIE
De kern/hub houdt de lagers vast. De positie beïnvloedt grip en slidegedrag:Centerset: kern in het midden – vaak meeste grip.
Sideset: kern naar de buitenkant – minder grip bij sturen, vaak makkelijker om slides te leren.
Offset: iets uit het midden – mix tussen beide.
4.4 Onderdelen van een longboard / KOGELLAGERS
Kogellagers worden vaak beoordeeld met ABEC (Annular Bearing Engineering Committee): een precisieschaal. Hogere ABEC betekent in theorie nauwere toleranties – maar voor skate/longboard tellen ook afdichting, smering en duurzaamheid. Niet elk merk gebruikt ABEC.De meeste lagers zijn van staal: rollen goed, relatief betaalbaar en stevig. Keramische lagers kunnen koeler en efficiënter lopen bij hoge snelheid/lange afstand/downhill – mits goed onderhouden.
Zwitserse lagers staan bekend om hoge precisie: minder onnodige wrijving bij goede constructie.
Anatomie (zie afbeelding):
Kogels: meestal 7 kogels in skate-/longboardlagers.
Binnenring: contact met de truckas.
Buitenring: contact met het wiel.
Shields: beschermen tegen vuil. Rubberen shields zijn vaak demontabel (schoonmaken); metalen vaak niet.
Spacers: tussen de twee lagers in het wiel. Belangrijk: zo kun je de asmoer aandraaien zonder de lagers plat te drukken.
5. Bij hoge snelheid neemt het risico toe
Bescherm je lichaam – draag op zijn minst een helm. Zonder hoofd kun je niet veel.5.1 Beschermende uitrusting
Bescherming dient twee doelen: (1) opvangen van harde, onverwachte klappen; (2) beschermen tegen kleinere stoten die je weet dat erbij horen.De helm is het belangrijkst en moet goed aansluiten. Voor downhill gebruiken veel rijders een integraalhelm (full face).
Slidehandschoenen zijn typisch voor longboarden: ze beschermen vooral de handpalmen wanneer je ze bij hoge snelheid gebruikt om te stabiliseren – niet primair de polsen.
Pucks zijn de harde plastic blokken in de handpalm van die handschoenen.
Pads is de verzamelnaam voor knie- en elleboogbeschermers. Bekijk onze bescherming en helmen.

















